Wat lost méér geld op?

Er zou meer geld naar het onderwijs moeten gaan. Daar ben ik het al decennia hartstochtelijk mee eens. Onderwijs is toch het fundament waarop de toekomst gebouwd wordt. Gelukkig pleiten er steeds meer mensen voor. Toch bekruipt me een vreemd gevoel als ik lees dat er “meer geld naar het basisonderwijs moet; om meer onderwijs te kunnen ontwikkelen”. Leerkrachten zouden niet meer toekomen aan hun ontwikkelingstaak door de opgelopen werkdruk. Maar is er niet al méér dan genoeg lesstof voorradig? En puilen de schoolkasten niet al uit van de innovatieve lesmethoden?

Het brengt mij tot de vraag: gaat onderwijs over de markt van beleid- en methodemakers, die het tempo willen dicteren waarin kinderen een bepaalde hoeveelheid leerstof tot zich genomen moeten hebben. Of gaat onderwijs over leerkrachten die (al doende) de meest effectieve leerweg voor hun kinderen proberen te vinden? Ik kies voor het laatste antwoord en zie dus graag dat basisschoolleerkrachten meer ruimte krijgen om kinderen te begeleiden. Dat betekent gewoon: kleinere klassen. Moeilijker hoef je het niet te maken.

School is geen fabriek

Van mij mogen al die adviesbureaus stoppen met het nadenken over diversificatiesystemen met klassenassistenten, klassenadministrateurs, vakdocenten, vrijwilligers, ouderparticipatie etc. Het zou een vermogen aan onderzoeks- en innovatiekosten besparen als we op zoek gaan naar een manier om de klas weer behapbaar te maken voor de leerkracht.

Een school is geen bedrijf en onderwijs is geen bedrijfsproces. Dat zijn we wel zo gaan zien, omdat de industrie ons geleerd heeft hoe we processen moeten opschalen. Met gestandaardiseerde productiemethoden kan er meer massa geleverd worden en kan het werk opgeknipt worden over deeltaken voor zo laag mogelijk geschoolde werkkrachten. Dat drukt mooi de kosten!

School is opvoeding

Als we afstappen van dit industrieel denken, komt er wellicht ruimte voor een andere aanpak. Natuurlijk zijn er tegenwoordig veel meer leerlingen te begeleiden. Enerzijds door de bevolkingsgroei, anderzijds door de verschraling van de leefwereld van kinderen. Ouders hebben het te druk voor een actieve opvoedende rol en dat moet op school gecompenseerd worden. Dat is niet ideaal, maar wel lekker duidelijk!

Geef de school dan ook de ruimte om die taken fatsoenlijk uit te voeren, zonder dat je schrapt in het budget per leerling. Vertel de belastingbetaler eerlijk dat je als Nederland nu eenmaal een bepaald bedrag per leerling nodig hebt. Vertel de kiezer ook eerlijk dat de kwaliteit achteruit gaat als er op dat bedrag bezuinigd wordt. Ik moet nog zien dat Nederlanders dan nog steeds op onderwijs willen beknibbelen. Als de politiek maar eens zou stoppen met alles in mist te hullen, omdat ze bang zijn dat de kiezer hun boodschap niet lust!

Kleinere klassen, betekent grotere scholen, meer klassen, meer juffen en meesters, en meer tijd voor elk individueel kind. Het zou zo maar eens kunnen schelen in de kosten voor de opvang van al die kinderen (dropouts) die het in het huidige bedrijfsmatige onderwijsmodel niet redden. Het zou ook kunnen betekenen dat we minder speciaal onderwijs nodig hebben èn dat het vak van leerkracht weer betekenis (en dus aanzien) krijgt. En zelfs als het duurder uit gaat pakken, lijkt het mij de investering waard. Toch?

Waar wachten we op?

Links voor als je zelf verder wil denken:

(het is minder mooi, maar door de links integraal op te nemen, weet je waar ik je naar toe stuur)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.