Wat doet een open vraag?

Ik had me nog zo voorgenomen me niet wéér op te laten fokken door de media. Helaas is dat wéér niet gelukt. De Corona-persconferentie van afgelopen dinsdag (2 februari 2021) deed me de das om. De vragen van het journalistenvolk aan premier Rutten en minister De Jonge, waren werkelijk van een beschamend niveau. Les één voor elke journalist is immers dat je ‘open’ en ‘niet- suggestieve’ vragen stelt. Anders lijkt het net alsof je de geïnterviewde woorden in de mond wil leggen en dat is geen verslaglegging maar manipulatie. Maar misschien moet ik eerst even uitleggen wat ‘open’ en ‘niet-suggestieve’ vragen zijn?

Les 1

Een ‘open’ vraag is een vraag waar je vrijelijk op kunt antwoorden. Wanneer een journalist vraagt: “Jantje, waarom speel jij voetbal?” kan Jantje vrijelijk kiezen uit: “Omdat ik het leuk vind”, “Omdat ik  graag buiten speel” of “Omdat mijn vriendjes er ook op zitten”, of wat dan ook…………….

Het tegenovergestelde van een ‘open’ vraag is een ‘gesloten’ vraag. Dat is een vraag waarin Jantje nog maar kan kiezen uit twee antwoorden. Dus: “Jantje, zit jij op een voetbalclub?” Het antwoord kan alleen ‘ja’ of ‘nee’ zijn.

Een ‘suggestieve’ vraag is een vraag waarbij de vragensteller zelf al aangeeft wat hij/zij er zelf van denkt. Daarbij wordt het antwoord een bepaalde kant op gestuurd. Dat klinkt dan als: “Jantje, jij houdt toch zeker wel van voetbal?”. Daarmee is het iedereen al direct duidelijk wat het antwoord volgens de vragensteller zou moeten zijn.

‘Open’ en ‘niet-suggestieve’ vragen laten zien dat een journalist nieuwsgierig is naar het antwoord. ‘Gesloten’ en ‘suggestieve’ vragen laten zien dat de journalist helemaal niet nieuwsgierig is, maar iemand gewoon iets wil laten zeggen.

De praktijk

Ik geef je zomaar wat vragen die tijdens de genoemde persconferentie werden gesteld:

  1. Is dat wel verantwoord? Speelt u niet te veel met vuur? (oftewel: ik vind het onverantwoord en ik vind dat u met vuur speelt)
  2. Moet er niet nagedacht worden over nog strengere maatregelen? (oftewel: ik vind dat u moet nadenken over nog strengere maatregelen)
  3. Waarom was het nou eigenlijk nodig om de vaccinatiecijfers te actualiseren? (oftewel: ik vind dat u dat beter niet had kunnen doen)
  4. Maar wat is er eigenlijk zo erg aan dat gewoon drie dagen later te doen? (oftewel: ik vind dat u het beter drie dagen later had moeten doen)
  5. U vindt niet dat u als eindverantwoordelijke faalt? (oftewel: ik vind dat u heeft gefaald)

Mij bekruipt plaatsvervangende schaamte bij het terugzien van deze persconferentie (vanaf minuut 17,29). Hoor ook hoe er in de inleidende zinnen steeds alvast een negatieve sfeer opgeroepen wordt, met de vraag als climax. Journalisten zelf noemen overigens negatieve vragen; “kritische vragen’. Zouden ze weten dat die twee woorden niet hetzelfde betekenen? Vraag je ook eens af waarom geen journalist stil staat bij de eerlijke opmerking van De Jong: “Er zullen nog meer fouten gemaakt gaan worden”. Die heb ik nergens meer in de media teruggezien. Was waarschijnlijk tè eerlijk!

Voor aankomende journalisten is de volgende huiswerkopdracht: zoek een willekeurige andere persconferentie of een willekeurig interview en turf het aantal ‘open’, ‘gesloten’ en ‘suggestieve’ vragen. Bedenk vervolgens zelf of interviewer heeft bijgedragen aan het vinden van de waarheid of aan het creëren van iets anders.

Les 2

Ooit waren wij trots op onze vrije pers. In het geciviliseerde democratische Westen mochten journalisten onpartijdig op zoek naar de waarheid. Ze mochten daar ook vrijelijk verslag van doen, in tegenstelling tot wat er mag in bananenrepublieken of in met ijzeren hand geregeerde communistische staten.

Onze vrije pers bestaat echter niet meer. Er zijn nauwelijks nog journalisten die willen weten hoe het zit. Er zijn tegenwoordig vooral journalisten die ons willen laten weten hoe zíj ergens over denken. Onze journalisten zijn geen verslaggevers meer, maar opiniemakers.

In plaats van dat toe te geven, verschuilen ze zich achter hun ooit ‘eerbare’ onderzoekende beroep. Daarmee doen ze alsof de vrije pers nog steeds bestaat en wij, het publiek, dus ook nog steeds trots op ze zouden moeten zijn.

De praktijk is niet voor niets heel anders. Ik vind het niet raar dat al die suggestieve journalisten niet meer worden vertrouwd. Ik vind het zelfs niet raar dat de pers steeds meer wordt gewantrouwd en weggejaagd. Ze hebben het er zelf naar gemaakt! Overigens vind ik ook dat je met je poten van journalisten af moet blijven!

Tot slot, een open en niet-suggestieve slotvraag: wat kunnen de media doen om het vertrouwen in de journalistiek te vergroten?

Links voor als je zelf verder wil zoeken:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.