Wanneer ben je schuldig?

Ben je ‘schuldig’ als je als kamerlid en journalist hebt meegewerkt aan de totstandkoming van het Toeslagen-drama? Ik zou denken: ja zeker! Het zijn immers de Kamerleden die een veel strengere fraudebestrijding geëist hebben. Zij hebben bewindspersonen achter hun vodden gezeten, aangevallen en laten vallen om er voor te zorgen dat hun kiezers het gevoel kregen dat we geen medelijden hadden met fraudeurs. Adviezen over slechte wetgeving hebben ze willens en wetens in de wind geslagen. En nu proberen ze uit alle macht hun aandeel in dit drama weg te moffelen door weer een nieuwe enquête te organiseren. Ze zeggen dat ze willen leren van het verleden. Ze bedoelen echter dat ze iemand als échte ‘schuldige‘ willen laten aanwijzen, zodat ze zelf wat minder ‘schuldig’ gaan lijken.

Voor journalisten geldt hetzelfde. Zij hebben de hele Toeslagenaffaire aangezwengeld door van een mug een olifant te maken. Door het kabinet keihard aan te vallen op het feit dat er gefraudeerd kon worden met toeslagen, hebben ze politici gedwongen een hardere lijn te kiezen. Daarbij verzwegen ze dat het fraudeprobleem eigenlijk de ophef niet waard was. Het ging om een minuscuul percentage. Maar om het volk sensatie te bieden, maakten ze er gretig een circus van. Iedereen lijkt vergeten dat een staatssecretaris vooraf gewaarschuwd heeft dat “de goeden onder de kwaden zullen lijden” door de aangescherpte fraudeaanpak. Journalisten hebben er toen niet meer op doorgevraagd, want de buit was al binnen. Gauw door naar het volgende media-circus!  

Wanneer ben je écht schuldig?

‘Schuldig’ ben je, als je ergens verwijtbaar bij betrokken bent geweest. De vraag is dan natuurlijk: in de ogen van wie is iets verwijtbaar? Om oeverloze discussie te vermijden, leggen wij in wetten vast wanneer we iets juridisch verwijtbaar noemen. Ondanks dat we er dagelijks mee te maken hebben, kent de gemiddelde burger maar weinig wetten bij naam, laat staan dat we de inhoud ervan kennen. Kortom: we doen maar wat en zien later wel hoe het uitpakt!

Tot zover de technische en formele benadering. Verwijten horen echter ook bij het dagelijkse sociaal functioneren. Ze zijn een middel om onze gezamenlijke mores aan te scherpen. Elke samenleving ontwikkelt eigen ongeschreven regels. Sommige dingen doe je nu eenmaal niet, al verandert dat natuurlijk met de mode en de tijd. Door elkaar ergens op aan te spreken, vormt zich een beeld van wat de samenleving, grosso modo, acceptabel vindt en wat niet!

Ik wist het niet

Een beschuldigde kan zich tegen een verwijt verdedigen, onder meer door glashard te ontkennen, door in discussie te gaan over het verwijt, of door verzachtende omstandigheden aan te voeren. Als het om een juridisch verwijt gaat, helpen advocaten ons de beste verdedigingsstrategie uit te dokteren. Onder elkaar zoeken we het samen uit.

Eén van de bekendste verdedigingsstrategieën is het verweer: ‘Ich habe es nicht gewußt.“ Een beladen reactie omdat die verwijst naar de excuses van veel mensen die betrokken waren bij wandaden door het Duitse Naziregime in de Tweede Wereldoorlog. Ze wisten van niets, zeiden ze,  en deden slechts wat hen was opgedragen. De vraag die daarna overbleef, was of die mensen dan toch ‘schuldig’ bevonden konden worden.

Verantwoordelijkheid

Waarom licht ik deze beladen verdediging er nu uit? Dat komt omdat ik het een laffe verdediging vind die, nog steeds, veel te vaak van stal wordt gehaald. Wanneer er iets fout is gegaan, proberen de veroorzakers ervan hun aandeel met onwetendheid te verkleinen. “Ze wisten het immers niet!” Ook al is dat een menselijke reactie, waar we ons allemaal wel eens aan bezondigen, het blijft onfris als veroorzakers op die manier voor hun verantwoordelijkheid weglopen.

Wie durft?

Terug naar het Toeslagen-drama. Als we eerlijk zijn én lef hebben, bekennen we allemaal ‘schuld‘ in deze affaire. Wij burgers hebben journalisten en Kamerleden aangemoedigd om ons van sensatie te voorzien. Het ging hen en onszelf niet om de inhoud, maar om het spektakel. Er moesten koppen rollen! Eerst van zogenaamde fraudeurs, daarna van bewindspersonen en nu van fraudejagers. Dat we zelf om een hardvochtige aanpak van de Belastingdienst geschreeuwd hebben, vergeten we. Dat we zelfs niet hebben geluisterd naar de waarschuwingen van ons hoogste Rechtsorgaan, willen we niet weten. Wij willen kunnen volhouden: Wir haben es nicht gewußt!

Links voor als je verder wil denken:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.