Hoe word jij ouder?

En dan word je tachtig.

Wat een leeftijd.

Ik voel het niet. Ik kan nog alles.

Ik fiets, ik loop, ik denk, dus ik besta.

Ik voel met 20, 40, 60 en 80 jaar

En dat alles tegelijk.

Maar toch.

Als ik met mijn vrouw een viaduct op fiets, is zij eerder boven dan ik.

Bergop fietsen is een heuse kwelling. Ik kom niet vooruit. Hijgen en nog eens hijgen. De cardioloog: Je mankeert niks.

Je hebt het hart van een sportman van 50 jaar.

De longarts: aan jouw longcapaciteit mankeert niets.

Leef je leven en maak je geen zorgen.

Zij kunnen het weten.

En dan ben je een maand tachtig.

Opgewekt stap ik de dag in.

Dag na dag.

Ik adem de frisse ochtendlucht in. Half december. Wandel een eindje. Maak een praatje met mijn achterbuurman.

Maar plots…ik kom niet uit mijn woorden. Wat overkomt mij?

Mijn buurman kijkt me aan. Zegt niets. Waarom reageert hij niet?

Even later stap ik op mijn fiets. Op weg naar de kapper.

In de salon kom ik niet meer tot het uitspreken van een zin.

Ik mompel wat. De kapster knipt en zwijgt. Ik betaal en haast me naar de dokter.

De man grijpt de telefoon en zoekt contact met een neuroloog van het ziekenhuis.

De doktersassistente heeft inmiddels mijn vrouw gebeld.

 Een half uur later sta, zit en lig ik binnen de muren van het ziekenhuis.

U bent 80 zie ik, zegt de specialist neuroloog.

Dat zou je niet zeggen. Ik heb je hersenen gescand. Uw hersenen zijn die van een man van vijftig zestig jaar.

Ik antwoord niet. Mooie praatjes, denk ik. Hij wil me zeker opmonteren.

Alhoewel, tegenwoordig vertellen ze de waarheid. Ze draaien er niet omheen.

Van alles gaat er door mijn hoofd.

Later blijkt dat er ook een virus doorheen zweeft.

Kan gevaarlijk uitpakken, verneem ik later.

En u bent 80 en nog niet verstandig.

Dat roept de verpleegkundige als ik voor de zoveelste keer weiger iets te eten.

Als u weigert te eten, gaan we over tot sondevoeding.

Ze doen maar, denk ik. Het eten smaakt naar niks.

Ik krijg het niet door mijn strot.

Dus duwt de zusters later een slang via mijn neus richting maag.

Intussen slik ik een hoeveelheid pillen.

Ik heb het gevoel steeds zieker te worden.

En dan ben je plots 100.

Het ziekenhuis is uitgedokterd.

Naar huis. Als een oude man.

Doodmoe, duizelig en misselijk ben ik.

Uren,dagen doelloos zitten in een luie stoel.

Bezoek wordt mondjesmaat toegelaten.

De tijd is mijn redding.

Na 10 dagen open ik mijn ogen.

He, ik leef nog.

De wereld om me heen bestaat nog.

De vogeltjes pikken van de opgehangen lekkernijen.

Ik zie zon en regen.

En dan ben ik weer 80.

U lijkt weer de oude, zegt de vrouwelijke neuroloog tijdens het eerste controlebezoek.

Ik sta versteld van je frivole aanwezigheid en het snelle herstel, vervolgt ze.

Maar die moeheid, zeg ik.

Kwestie van tijd, antwoordt ze.

Een antwoord, dat opgaat in het oneindige.

De tijd. Ik kan er niets en alles mee.

Het is januari 2020.

Ik wandel en rust.

Ik wandel en rust.

Die moeheid, zei ik.

Kwestie van tijd. Dat zei de dokter toch?

Van tijd tot tijd word ik opgevrolijkt door bloemen.

Maar meer nog van het oprechte medeleven van velen van dichtbij en veraf.

Zo hoef ik geen gevecht aan te gaan met de tijd.

Ik voel me weer 20,40,60 en 80 jaar.

Zo af en toe….als ik eerlijk ben.

Rinus Rasenberg beschrijft prachtig en kwetsbaar zijn eigen ouder worden. Jarenlang was hij bekend als de vitale zingende dierendokter. Zoek op zijn naam en je komt heel veel liedjes van hem tegen. Nog steeds is hij onstuitbaar actief, bijv. met zijn projecten rondom de linecrossers van de Biesbos.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.