Hoe nuttig is jouw werk?

Dat is een vraag die jij alleen voor jezelf kunt beantwoorden. We noemen iets nuttig als dat ‘iets’ ons helpt een door ons gewenste toestand te bereiken. Dat ‘iets’ kan dan van alles zijn (bijv. een object, een handeling, een gedachte, een eigenschap, etc.). Om de titelvraag te beantwoorden, moet je dus vaststellen of ‘werken’ jou helpt een door jou gewenste toestand te bereiken.

Over welke gewenste toestand hebben we het dan? Ook dat is voor iedereen anders. Het op jou passend antwoord vind je als je je afvraagt: stel dat ik niet zou werken, in welke toestand zou ik me dan bevinden? Als die toestand minder aantrekkelijk is dan de situatie waarin je werkt, is het antwoord duidelijk: werken helpt jou in een betere toestand te komen of te blijven en is voor jou dus nuttig.

Nuttig voor iedereen?

Het wordt echter veel ingewikkelder als we andere definities gebruiken voor het begrip ‘nuttig’. Of als we de definitie verruimen tot de eis dat werk niet alleen onszelf in een gewenste toestand moet brengen, maar ook anderen (of zelfs de hele gemeenschap). Of als we er morele standpunten aan hangen zoals: ‘iedereen dient te werken voor zijn levensonderhoud’ of ‘ledigheid is des duivels oorkussen.’

Onze wereld wordt geterroriseerd door dit soort statements. Als klein kind worden we door onze opvoeders al opgesloten in een onderwijsmachine die tot doel heeft ons op te leiden tot maximale productiviteit. Die productiviteit wordt dan gedefinieerd als ‘een bijdrage leverend aan het bestaande economische circus waar iedereen aan meedoet’. In dat circus staat de toekomst van onze kinderen bij voorbaat vast: ze groeien op tot gestresste workahollics die moeten zwoegen onder zware schulden, gewoon omdat onze welvaartssamenleving nu eenmaal zo in elkaar zit.

In die krankzinnige samenleving maakt het niet uit of je al werkend ook werkelijk iets tot stand brengt. Als er maar gewerkt wordt, want anders stort het systeem in en moeten we op zoek naar een nieuw systeem. Maar is dat werkelijk zo’n schrikbeeld? Is een leven zonder werk werkelijk zo beangstigend dat we ons vrijwillig als marmotten in tredmolens een hartaanval blijven rennen?

Die vraag komt snel dichterbij nu er steeds minder werk is voor de groeiende wereldbevolking. Werkloosheid krijgt een andere betekenis als het meeste werk geautomatiseerd is of door robots gedaan wordt. De discussie over gratis geld (het basisinkomen) steekt niet voor niets steeds vaker de kop op. Of we willen of niet: we zullen over het nut van werk moeten blijven nadenken!

Voor wie eens verder wil kijken:

Groeten van Hein

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.